Een gedicht plaatsen?
Home

laatste ode aan mijn ex

Ik zou zo graag, zo graag willen. Dat hij echt eens empathie ervaarde,
Niet alleen voor zijn eigen ik.

Ik zou zo graag, zo graag al mijn sores op zijn schouders dumpen.
Even niet van mij.

Ik zou zo graag, zo graag willen dat iemand even voelde wat ik voel.
Één minuutje maar.

Ik wil er niet aan denken, maar het moet.
Ik heb al losgelaten en ervaren, maar herleven doe ik toch steeds weer.
Vlagen en momenten. Heel duidelijk zijn ze niet.
Ik was altijd op mijn hoede, en op het laatst alleen verdriet.

Ontnomen van mijn alles... Het recht om boos te worden kreeg ik niet.
Geen puntje bij het paaltje, alleen maar oud verdriet.
Geen vingers op de zere plek, krokodillen tranen.
Een vage mist van gevoelens, geen werkelijke daden.
Ik herinner het mij niet.

Toch weet ik soms nog alles, de letterlijke pijn van binnen, ik wil er niet aan denken.
Maar het moet.
Om steeds maar alles in te moeten slikken, ik wil het niet eens weten.
Maar ik weet het moet.

Totale wanhoop, nabij, maar niet dichtbij genoeg.
Mijn lichaam, ik haatte het, mijn geest die mij verjoeg.

Kijk, zie je.. Als je grens steeds word overschreden, en je gek verklaard word.
En je steeds meer gaat streven, omdat je gek verklaard word.
Je wilt het beter maken, maar je stenen worden weggeschopt.

Kijk, weet je.. Als je boos wilt worden, maar het mag niet,
Omdat je gek verklaard word. Omdat alles wat je zegt verdraait word,
En je bij jezelf gaat denken, zo hard dat het waar word.
En je niet meer bouwen kunt op wat je gewaarword.
En je eigen ziel en geest, een gevaar vormt.

Als liefde een bevel word,
Kan haat heel plezierig zijn.

Weet je, alles was echt zinloos, wat ik ook probeerde.
Niets was goed genoeg en weet je, als je haat tegen een muur, doe je alleen jezelf pijn.
Weet je, ik deed écht nooit iets wat niet door de beugel kon.
Maar wat met tranen is betaald, betaal je niet terug met zout water.
Natuurlijk heb ik spijt.

Het is lastig te weten dat hij het nooit zal inzien.
In zijn ogen ben ik altijd iemand anders.




Je hield niet van mijn haar, en wat ik droeg stond je niet aan.
Ik praatte te veel, je werd er gek van.
Bleef het toch proberen.
Je wou graag dat ik meer als “haar”was, beter in alles, en kinky in bed.
Stootte me af, en ik kwam terug... Ik probeerde het zo hard.

Ik ben keihard opgegroeid, vergeet niet dat ik pas 17 was.
Dacht de wereld door te hebben.
Oké ik heb me veel te vaak vergist.

Ik wilde alles wat ik nooit had gehad,
Onvoorwaardelijke liefde, zo een die alles goed maakt.
Wat ik kreeg was een enkeltje naar een donkere plek.
Waar demonen soms het enige waren wat ik had.
De wind ging nooit liggen, alleen de stilte voor de storm.
Er kon niks groeien op deze grond.
Er was geen hoop, kans op beter leven.
Alleen leugens uit jou mond.

Ik vond verlichting, diep in mijn gedachten.
Mijn leven zag ik door een andermans ogen.
Maar het was van mij.
Apathie ook wel genoemd.

Oooh man! Je hebt het zo hard geprobeerd,
Maar ik adem nog steeds.

Je kunt je niet bedenken, hoe het werkt in iemands hoofd.
Je kunt toch niet voorzien dat iemand,
Je bewust van je eigen ik beroofd.
Leugens verzint en draait en draait, de waarheid om
en om en nog eens, maar daarna écht beterschap beloofd.

Hoe ziek kun je zijn als werkelijke liefde,
Verward word met extremiteit, en niemand ooit eens
Goed genoeg zal kunnen zijn.

En woorden, woorden zeggen niets.
Ik heb ook niets gezegd, het hielp me altijd van de drup,
In de stromende regen. Naar de Storm.
Ik had hem in mijzelf gehouden, bewaard voor de avonden.
Je weet wel, je kussen en je beste vriend.
Al was het niet voor slapen.

Ik heb zoveel ingeslikt, verdedigen werkt averechts,
En als je alles wel geprobeerd hebt. Beter deed ik niets.
Grenzen overschreden als ik iets niet had gepikt.

Ik vraag me af waarom ik nog probeerde,
Waarom ik ooit nog wat van je wilde,
maar ik weet het wel.
Ik heb dat lastige trekje, diplomatisch ingesteld.
Bekijk een opinie van 8 hoeken, en mijn eigen...
Die vergeet ik wel.

Ik zat gevangen in jou leugens,
Je kan er niks aan doen, je bent slachtoffer en je probeert het ook zo hard.
Je weet niet beter, je moeder is dood, en je pa een lafaard.
Ohja, je had ook heel veel gemist, onzekere puber. Niet populair op school.
Dus vreemdgaan ja, je weet wel.. Dat stelt eigenlijk niet zoveel voor.

Alles ging om hem, achteraf als ik erop terug keek.
De wereld ging om hem, en dan deed ik ook nog mee,
Of eigenlijk tegen.
Ik had maar geluk met hem, want niemand wilde mij.
Zo moeilijk als ik, zo zie je ze zelden.
Beter tien vogels in de lucht, dan 1 zoals ik.
Dat zeg ik, van de regen in de drup.

Ik was er ook nog.
Steeds een beetje verder gegaan, ontdaan. Vergaan.
Te ver gegaan.

Ik wil er niet aan denken.
Ik weet ook niet hoe dat moet.
Want herinneren enzo,
Dat lukt me niet zo goed.

Reden te meer waarom ik weleens twijfelde.
Als je zei dat écht aan mij lag.
Ik was écht te gevoelig.
Ik was weer eens van mijn stuk gebracht.

Een stuk van mij, weggebracht.
En nog een stukje, afgescheurd,
Weer gebeurd.
En afgekeurd.

Ik scheurde heel wat van mijn lichaam af,
Om helemaal aan jou te geven.
Ik zonderde helemaal van mijzelf af.
Omdat ik er niet mee kon leven.

Het blijft een drama in mijn hoofd,
Ik kan er niet echt bij.
Ik hoef ook niet graven weet je,
Eigenlijk is het té dichtbij.

En de pijn is voelbaar,
Net zoals je adem in mijn nek.
Maar ik wist ook als ik weigerde...
Beter voor altijd gedwaald dan ten halve gekeerd.




En de pijn is voelbaar, klem zitten tussen jou en de deur.
Nee je hebt me niet aangeraakt.
Het geschreeuw is voelbaar, neerbuigend als geen ander.
Je had me klein gemaakt.

3 keer heb ik het geprobeerd, boos en gefrusteerd.
Ik ging ertegenin. Hart tegen hard.
Groot tegen even niet zo klein.
Even was je verward, je gaf me zelfs bedenktijd.
“als ik terug kom dan...”
Dan wat!

Je zwaaide de scepter, ik vertyp me, kookmes heftig heen en weer.
Wie je wel zou steken, wist je zelf niet meer.
Uitzinnig, krankzinnig werkelijk.

Stoel richting mijn hoofd geslingerd, wie dacht ik wel niet dat ik was.
Je bleef het schreeuwen, bleef maar schreeuwen, en toen gaf ik gas.
Zwart voor mijn ogen, uitzinnig, krankzinnig.
Ik wist het zelf niet meer.
Ik zei sorry, want ja, je weet wel. Ik zou graag, zo graag. Normaal willen zijn.
En het is zeker ongepast en niet normaal iemand te slaan.
Vergeef je me.

Lafaard , dat was wat ik dacht.
Ik vond mijzelf een lafaard. Ik was al zolang klaar.
De deur die elke keer weer een beetje dichter ging,
Was dichter nu dan ooit. Geen koevoet kon ertussen...
En na al die jaren had ik ook geen hoop meer dat het ooit wel beter ging.
En na al die jaren had ik vooral alleen zijn wel gekend,
En na al die jaren was ik moe van op mijn tenen lopen.
En na al die jaren was ik het lief zijn wel verleerd.
En na al die jaren had ik vooral de tranen wel geproefd.
en na al die jaren was mijn geduld teveel beproefd.
En ja al die jaren was ik niet eens meer heel bedroefd.
En na al die jaren had ik nog maar één troef

5 minuten voor je weg moest.
“ik ben straks weg”

En jij zei doodleuk, dat je het snapte,
Je kent het wel.. Te mooi om te waar zijn.
Vervolgde daarna stoïcijns
Je komt terug binnen twee weken
Maar het was te lang geleden,
Ik was te murw om nog te voelen.
5 minuten later , je kent het wel.
Te mooi om waar te zijn.
Maar het was werkelijk gebeurd.

De voordeur achter me gesloten,
Tranen met tuiten, tuiten van geluk.
Badkuipen gevuld, en niets kon meer stuk.

Ingezonden door Saskia

Beoordeel dit gedicht

Er is nog niet gestemd.

Tags

© Copyright 2007 - 2018 / Scito Media