Een gedicht plaatsen?
Home

Tijd en eeuwigheid

Als ik doodga, duik ik niet in ondoordringbaar duister.
Als ik dood ben, omgeeft mij aards noch bovenaards gefluister.
Ben ik dood, dan lig ik niet in 't graf als stof en as.
Geen schaduw is er nog van mij, daar ik alleen in tijd en ruimte was.

Als ik doodga, duik ik niet in ál-verklarend licht.
Als ik dood ben, kleeft niets aan mij van wat ik heb verricht.
Ben ik dood, dan wacht mij straf noch loon.
Buiten tijd en ruimte is er vuur noch lauwerkroon.

Als ik doodga, duik ik niet in ál-vergeten.
Als ik dood ben, is er geen sprake meer van gissen of van weten.
Ben ik dood, dan blijft van mij geen greintje brein.
Alleen in tijd en ruimte kan een denkend wezen zijn.

Als ik doodga, duik ik buiten gisteren, vandaag en morgen.
Als ik dood ben, maak je dan om mij volstrekt geen zorgen.
Ben ik dood, dan is 't met mij als had ik nooit bestaan,
mijn 'zijn' in tijd en ruimt' is goed en wel in eeuwig-niets vergaan.

Denk nu maar niet: "Wat is't een treurzang die je mij laat horen."
Ik riep niet uit: "O, was ik toch maar nooit geboren!"
Hoe vluchtig ook, mijn leven hier is 't leven overwaard.
Maar mens'lijk leven, dat is nu eenmaal leven binnen grenzen hier op aard.

Al is ons leven in de tijd niet zomaar schijn,
't is evenmin een pelgrimstocht in functie van 'een eeuwig zijn'.
De zin van wat je doet en laat, ligt niet in buitentijdse waan.
Wie van transcendentie droomt, komt niet tot authentiek bestaan.

Een doordenkertje kan hier als slot nog bij.
Jawel, ook dat is relevant voor jou en mij:
Miljarden mensen sterven vóór ze zijn geboren.
Welk eeuwig lot zou hen wel zijn beschoren?

Ingezonden door Panta Hrei

Beoordeel dit gedicht

Er is 2 keer gestemd.

Tags

© Copyright 2007 - 2018 / Scito Media